Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Achmea Schadeverzekeringen N.V., te Apeldoorn
Rechtbank Den Haag
Eiser, voormalig box medewerker, ontving een WIA-uitkering die per 1 mei 2018 werd gewijzigd waarbij hij 80 tot 100% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar van een derde-partij werd dit teruggebracht naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2018, met beëindiging van de loonaanvullingsuitkering per 1 juni 2022. Eiser stelde dat de medische beoordeling onjuist was, met name dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 2016, inclusief urenbeperking, ook per 2018 van toepassing moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende overtuigend had gemotiveerd waarom de urenbeperking was vervallen, terwijl de primaire verzekeringsarts deze beperkingen passend achtte. De medische onderbouwing van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid was daardoor onvoldoende en strijdig met artikel 7:12 lid 1 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende medische motivering.