ECLI:NL:RBDHA:2021:14109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris in proceskosten wegens niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
Verzoekster diende op 28 oktober 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het eerste besluit van 8 november 2018 werd vernietigd door de rechtbank en bevestigd in hoger beroep, waardoor een nieuw besluit moest worden genomen. De rechtbank verklaarde vervolgens meerdere beroepen gegrond wegens het niet tijdig beslissen door verweerder en stelde termijnen voor het nemen van een besluit.
Ondanks de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die het beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen beperkt, was in dit geval sprake van een situatie waarin de wet niet van toepassing was omdat verweerder vóór de inwerkingtreding niet binnen de wettelijke termijn had beslist en een ingebrekestelling had ontvangen. Verzoekster trok haar beroep in nadat verweerder alsnog een besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht werd ingebreke gesteld en dat het beroep niet niet-ontvankelijk was. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €374,-, wegens de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De rechtbank volgt niet het verweer van verweerder dat de ingebrekestelling haar werking had verloren.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag.