ECLI:NL:RBDHA:2021:14110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Denemarken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld en eiser is verschenen met zijn gemachtigde, terwijl verweerder niet aanwezig was.
De rechtbank stelt vast dat Denemarken inderdaad verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiser en dat de Deense autoriteiten hebben toegezegd het verzoek in behandeling te nemen. Verweerder heeft gemotiveerd betoogd dat er geen beletselen zijn om eiser over te dragen en dat de Deense autoriteiten de Europese asielrichtlijnen en verdragsrechtelijke verplichtingen naleven. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt met documenten.
Daarnaast heeft eiser zijn eerdere ervaringen in Denemarken aangevoerd, waaronder de intrekking van zijn verblijfsvergunning en verblijf in een opvangkamp met beperkte voorzieningen, maar dit leidt volgens de rechtbank niet tot de conclusie dat Denemarken zijn internationale verplichtingen heeft geschonden. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem onmogelijk of zinloos was om bij de Deense autoriteiten te klagen.
De rechtbank concludeert dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om te verhinderen dat eiser aan Denemarken wordt overgedragen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.