ECLI:NL:RBDHA:2021:1421
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen Dublinoverdracht naar Spanje ondanks minderjarige broer in Nederland
Verzoeker, een Syrische asielzoeker, heeft een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde dat zijn minderjarige broer, die recent in Nederland is aangekomen en opgenomen is in de nationale asielprocedure, afhankelijk is van zijn zorg.
De rechtbank oordeelt dat de familieband tussen verzoeker en zijn broer niet aannemelijk is gemaakt en dat de gezinsbepalingen van de Dublinverordening niet van toepassing zijn omdat de verantwoordelijke lidstaat reeds was vastgesteld bij de eerste asielaanvraag. Tevens is geen sprake van een situatie waarin de verantwoordelijkheid op grond van de Dublinverordening is geëindigd.
Verzoekers beroep op het artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen, wordt afgewezen vanwege de ruime beleidsvrijheid van de staatssecretaris. Ook het beroep op het recht op gezinsleven en het arrest Tarakhel faalt wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in stand zal blijven en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de Dublinoverdracht naar Spanje wordt afgewezen.