ECLI:NL:RBDHA:2021:14224
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen overdracht aan Duitse autoriteiten wegens Dublinverordening niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres is door verweerder overgedragen aan de Duitse autoriteiten omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden van beroep bevatte, een vereiste volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank gaf eiseres de mogelijkheid om dit verzuim binnen vijf werkdagen te herstellen, maar zij diende geen gronden binnen de gestelde termijn in. Pas na het verstrijken van deze termijn verzocht eiseres om een nadere termijn vanwege een vergissing op het kantoor van haar gemachtigde. Dit werd niet als een geldige reden gezien om het verzuim te herstellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.