ECLI:NL:RBDHA:2021:14230
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek in asielaanvraag Syrië-Palestijnse vrouw
Eiseres, een Palestijnse vrouw uit Syrië, vroeg asiel aan in Nederland na verblijf in Hongarije. Verweerder wees haar aanvraag af, stellende dat zij geen vluchteling is volgens het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië.
De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd of eiseres onder artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag valt, met name omtrent de beëindiging van de UNRWA-bescherming. Tevens is de motivering omtrent het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade onvoldoende, ondanks de ernstige mensenrechtensituatie in Syrië en het feit dat eiseres genoemd is in een onderzoek door Syrische autoriteiten.
De rechtbank wijst erop dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat er geen reëel risico is, wat niet is gelukt. De eerdere veilige terugkeer van eiseres is onvoldoende om het risico uit te sluiten, mede gezien de verdenking tegen haar familielid en mogelijke aandacht van de veiligheidsdienst.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken de gebreken te herstellen met een nieuwe motivering of beslissing, en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak. Verweerder moet binnen twee weken melden of hij van deze gelegenheid gebruik maakt.
Uitkomst: De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende motivering.