ECLI:NL:RVS:2019:557
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek UNRWA-bijstand
De vreemdeling, een staatloze Palestijn die voor zijn komst naar Nederland in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) verbleef, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan. De staatssecretaris wees dit af omdat de VAE als gebruikelijke verblijfplaats werd aangemerkt en de vreemdeling geen relevante asielgronden in de VAE had aangevoerd. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de banden van de vreemdeling met Syrië.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het mogelijk is dat een vreemdeling meer dan één gebruikelijke verblijfplaats heeft en dat de staatssecretaris de VAE terecht als een van die verblijfplaatsen heeft aangemerkt. De staatssecretaris had de beslissing voldoende gemotiveerd met feiten over legaal verblijf, gezinsleven en banden in de VAE.
Daarnaast stelde de vreemdeling dat hij niet misleidend had gehandeld, maar de staatssecretaris stelde dat hij documenten had vervalst en wisselende verklaringen had gegeven. De Afdeling vond het standpunt van de staatssecretaris terecht. Wel oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of de vreemdeling daadwerkelijk bescherming of bijstand van UNRWA ontving en of die bijstand om redenen buiten zijn invloed was opgehouden. Dit onderzoek is vereist omdat de vreemdeling geregistreerd staat bij UNRWA en dit gevolgen heeft voor de toepassing van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten aan de vreemdeling moet vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar UNRWA-bijstand.