ECLI:NL:RBDHA:2021:14418
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
Verzoeker, van Braziliaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid' ingediend, welke door verweerder op 30 april 2020 werd afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd op 23 september 2020 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst door het instellen van beroep en dat verweerder niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Verweerder verzet zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.
Gezien het feit dat partijen het erover eens zijn dat uitzetting van verzoeker moet worden voorkomen, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe. Verweerder wordt verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot de uitspraak op het beroep.