ECLI:NL:RBDHA:2021:14431
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verdeling van huwelijkse gemeenschap na echtscheiding afgewezen voor verzoekschriftprocedure
Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en zijn inmiddels gescheiden. De vrouw verzocht de rechtbank om de verdeling van de huwelijkse gemeenschap te behandelen via een verzoekschriftprocedure, verwijzend naar de Memorie van Toelichting op artikel 1:135 BW Pro.
De rechtbank oordeelt echter dat de verdeling van de huwelijkse gemeenschap na inschrijving van de echtscheiding niet via een verzoekschrift kan worden ingeleid, maar via een dagvaardingsprocedure. Dit volgt uit artikel 3:185 BW Pro en de artikelen 677 en verder Rv, tenzij de verdeling als nevenverzoek bij een echtscheidingsprocedure wordt gevraagd.
Omdat er geen echtscheidingsprocedure meer aanhangig is, dient de vrouw het verzoek tot verdeling via dagvaarding in te dienen. De rechtbank verwijst het verzoek daarom naar het team handelsrecht van de sector civiel en beveelt de vrouw om binnen tien dagen een exploot volgens de dagvaardingsregels aan de man te betekenen en hem op te roepen voor een roldatum.
De beschikking is op 23 december 2021 in het openbaar uitgesproken door mr. H.M. Boone, waarbij tevens de griffier E. Verweij-Steen aanwezig was.
Uitkomst: Verzoek tot verdeling van de huwelijkse gemeenschap na echtscheiding moet via dagvaardingsprocedure worden ingediend en wordt verwezen naar team handelsrecht sector civiel.