ECLI:NL:RBDHA:2021:14431

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2021
Publicatiedatum
24 december 2021
Zaaknummer
C/09/622534 FA RK 21-8567
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:135 BWArt. 3:185 BWArt. 677 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verdeling van huwelijkse gemeenschap na echtscheiding afgewezen voor verzoekschriftprocedure

Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en zijn inmiddels gescheiden. De vrouw verzocht de rechtbank om de verdeling van de huwelijkse gemeenschap te behandelen via een verzoekschriftprocedure, verwijzend naar de Memorie van Toelichting op artikel 1:135 BW Pro.

De rechtbank oordeelt echter dat de verdeling van de huwelijkse gemeenschap na inschrijving van de echtscheiding niet via een verzoekschrift kan worden ingeleid, maar via een dagvaardingsprocedure. Dit volgt uit artikel 3:185 BW Pro en de artikelen 677 en verder Rv, tenzij de verdeling als nevenverzoek bij een echtscheidingsprocedure wordt gevraagd.

Omdat er geen echtscheidingsprocedure meer aanhangig is, dient de vrouw het verzoek tot verdeling via dagvaarding in te dienen. De rechtbank verwijst het verzoek daarom naar het team handelsrecht van de sector civiel en beveelt de vrouw om binnen tien dagen een exploot volgens de dagvaardingsregels aan de man te betekenen en hem op te roepen voor een roldatum.

De beschikking is op 23 december 2021 in het openbaar uitgesproken door mr. H.M. Boone, waarbij tevens de griffier E. Verweij-Steen aanwezig was.

Uitkomst: Verzoek tot verdeling van de huwelijkse gemeenschap na echtscheiding moet via dagvaardingsprocedure worden ingediend en wordt verwezen naar team handelsrecht sector civiel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 21-8567
Zaaknummer: c/09/622534
Datum beschikking: 23 december 2021

Beschikking op het op 12 oktober 2021 ingekomen verzoek van:

[X] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Deliran, te Den Haag.
waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:

[Y] ,

de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. L.F. Delfgauw te Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, strekkende tot verdeling van de gemeenschap van goederen en de brief van 8 december 2021 van mr. Deliran.

Beoordeling

Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidingsbeschikking is op [datum inschrijving echtscheiding] 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] . In die echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank de verdeling bevolen ten overstaand van een notaris met benoeming van onzijdige personen.
De vrouw stelt zich op het standpunt dat de verdeling van de huwelijkse gemeenschap bij verzoekschrift kan worden ingeleid. Ze verwijst naar de Memorie van Toelichting op artikel 1:135 BW Pro (Kamerstukken II 2000/01, 27554, nr. 3, p. 19). Een verzoekschriftprocedure heeft naar de mening van de vrouw veel voordelen voor partijen omdat de zaak door de familiekamer behandeld wordt en er een aanzienlijk lager griffierecht geldt.
Anders dan de vrouw stelt, dient het verzoek tot verdeling met een dagvaarding te worden ingeleid. Zowel uit artikel 3:185 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) als uit de artikelen 677 en verder van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) volgt dat op een verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap de regels van de dagvaardingsprocedure van toepassing zijn. Dit is alleen anders wanneer de verdeling gevraagd wordt als nevenverzoek bij een echtscheiding. De stelling van de vrouw dat de verdeling ook los van een echtscheidingsverzoek met een verzoekschrift kan worden ingeleid berust op een verkeerde lezing van de Memorie van Toelichting.
Vast staat dat het huwelijk van partijen al is ontbonden. Nu er geen echtscheidingsprocedure (meer) aanhangig is, dient de procedure tot verdeling van de gemeenschap te worden ingeleid bij dagvaarding. Op grond van artikel 69, tweede lid, Rv zal de rechtbank het geschil dan ook verwijzen naar het team handelsrecht, sector civiel, van deze rechtbank met bevel aan de vrouw om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploot met als bijlage de onderhavige beschikking aan de man te doen betekenen en hem tevens op te roepen voor een binnen veertien dagen daarna gelegen roldatum op een woensdag.

Beslissing

De rechtbank:
verwijst het verzoek naar team handel van de sector civiel van deze rechtbank en beveelt de vrouw binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploot met als bijlage de onderhavige beschikking aan de man te doen betekenen en hem tevens op te roepen voor een binnen veertien dagen daarna gelegen roldatum (een woensdag).
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 23 december 2021, in tegenwoordigheid van E. Verweij-Steen griffier.