Vergunninghoudster vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een bedrijfsverzamelgebouw met onder meer een hotel aan de Dr. Lelykade te Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders verleende de vergunning, waarna eiseres, een bewonersorganisatie, bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat het bouwplan voldoet aan de planregels van het bestemmingsplan “Scheveningen Haven”, waarbij de toelichting niet bindend is en het aantal hotelkamers niet is begrensd. Ook is de parkeerbehoefte adequaat berekend en voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. De vrees van eiseres voor overlast en de hoogte van de kade zijn geen gronden om de vergunning te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht de vergunning heeft verleend en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 24 december 2021.