ECLI:NL:RBDHA:2021:14444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De aanvraag is afgewezen omdat eiseres 2, de moeder, meerdere onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen heeft met een onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen straf van ten minste één maand, wat een contra-indicatie vormt.
Eisers stelden dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was, onvoldoende gemotiveerd en in strijd met het evenredigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Ook voerden zij aan dat de strafbare feiten ouder dan vijf jaar zijn en dat eiseres 2 recentelijk is vrijgesproken, waardoor de verjaringstermijn en individuele belangenafweging van toepassing zouden moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat de Afsluitingsregeling begunstigend beleid is met ruime beleidsvrijheid voor verweerder. De contra-indicatie is terecht toegepast en er is geen ruimte voor individuele belangenafweging bij een contra-indicatie. De recente vrijspraak is niet relevant omdat de straf van ten minste één maand al was vastgesteld. Het unierechtelijke openbare orde begrip is niet van toepassing op deze regeling. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling is ongegrond verklaard.