ECLI:NL:RBDHA:2021:14481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verhuiskostenvergoeding Wmo wegens ontbreken verband met beperking
Eiser, die in 2013 een herseninfarct kreeg met uitval aan de linkerzijde, woonde in een aangepaste woning met voorzieningen voor zijn beperking. Na spanningen met medebewoners over de stalling van zijn scootmobiel verhuisde hij naar een andere woning waar betere stalling mogelijk was. Eiser vroeg een verhuiskostenvergoeding op grond van de Wmo, die door verweerder werd afgewezen omdat de oorspronkelijke woning adequaat was.
De rechtbank oordeelt dat er geen voldoende verband bestaat tussen de beperkingen van eiser en de verhuizing. Eiser heeft geen medische onderbouwing geleverd die de noodzaak van verhuizing vanwege zijn beperking aantoont. Verweerder heeft aangetoond dat de woning geschikt was en dat er voorzieningen waren voor de scootmobiel. Spanningen met andere bewoners waren de hoofdreden voor verhuizing, wat niet valt onder de vergoeding op grond van de Wmo.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat verhuiskostenvergoeding alleen geldt bij verhuizing door beperkingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verhuiskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.