ECLI:NL:CRVB:2014:1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Geen tegemoetkoming verhuiskosten bij zelfstandige woonwens ondanks mobiliteitsbeperkingen
Appellant, geboren in 1979 en lijdend aan de ziekte van Bechterew met mobiliteitsbeperkingen, verzocht ROGplus om een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van de Wmo. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de verhuizing niet het gevolg was van zijn beperkingen, maar van zijn wens om zelfstandig te gaan wonen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de afwijzing onterecht was omdat de verhuizing medisch noodzakelijk was. De Raad oordeelde dat de verordening van ROGplus een generieke uitsluiting bevat die niet strookt met de Wmo, welke een individuele beoordeling vereist. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Desondanks handhaafde de Raad de rechtsgevolgen van het besluit omdat ROGplus voldoende onderzoek had gedaan en vaststelde dat appellant de verhuizing wilde vanwege zijn zelfstandigheidswens, niet vanwege belemmeringen in de ouderlijke woning. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. ROGplus werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag tegemoetkoming verhuiskosten werd terecht afgewezen omdat de verhuizing voortkwam uit de wens zelfstandig te wonen en niet uit beperkingen.