Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2020 tot en met 15 september 2020 te Delft, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (crack), zijnde cocaïne (crack) (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2020 tot en met 15 september 2020 te Delft, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) verdachte en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 3] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 6] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, als bedoeld in artikel 10, derde en/of vierde lid van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bedrijfsmatig en/of beroepsmatig vervoeren en/of afleveren en/of verstrekken van (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne.
3.De bewijsbeslissing
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 15 december 2021;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 2] van 9 december 2020, proces-verbaal III, p. 775-779.
hij in de periode van 22 juli 2020 tot en met 15 september 2020 te Delft tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (crack), zijnde cocaïne (crack) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van 22 juli 2020 tot en met 15 september 2020 te Delft, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en [verdachte 2] en [verdachte 3] en [verdachte 4] en [verdachte 5] en [verdachte 6] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, als bedoeld in artikel 10, vierde lid van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bedrijfsmatig vervoeren en afleveren en verstrekken van hoeveelheden cocaïne.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.Bevel gevangenneming
8.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- repatriëringskosten MAD 55.022,27 - € 5.241,98;
- uitvaartkosten factuur 1 MAD 24.255,00 - € 2.310,78;
- uitvaartkosten factuur 2 MAD 5.800 - € 552,56;
- uitvaartkosten factuur 3 MAD 43.750 - € 4.168,07.
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
8 (acht) jaren;