Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
16 december 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond in een besluit van 11 november 2021. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 16 december 2021 behandeld. Na de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan waarbij het verzoek is afgewezen. De voorzieningenrechter baseerde zich op de inhoud van de hoofdzaak, waarin het beroep op het besluit is behandeld en heeft geen aanleiding gezien om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is openbaar gedaan. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is. De zaak betreft de beoordeling van de aanvraag verblijfsvergunning in het kader van het vreemdelingenrecht en het bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.