Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 november 2021 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond, met als reden dat Marokko als veilig land van herkomst geldt.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2021 behandeld en geoordeeld dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder heeft het besluit gebaseerd op een eerdere asielaanvraag uit 2018, maar heeft nagelaten het oude dossier aan de gemachtigde van eiser te verstrekken, waardoor deze niet adequaat kon reageren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de eerdere verklaringen van eiser opnieuw had moeten beoordelen en eiser en zijn gemachtigde daartoe had moeten faciliteren. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1496,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.