ECLI:NL:RBDHA:2021:14736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs vluchtelingschap en risico ernstige schade
Eiser, een Algerijnse staatsburger, vroeg asiel aan in Nederland op grond van strafrechtelijke vervolging en een vermeende belastingschuld in Algerije. Hij stelde dat hij slachtoffer was van misleiding door compagnons en dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op detentie en vernederende behandeling.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn vluchtelingenstatus, de belastingschuld en de veroordelingen. De rechtbank volgde de staatssecretaris in de beoordeling dat eiser ondoordacht handelde en dat de verstrekte documenten onvoldoende waren om zijn verhaal te staven.
De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk was dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade of onrechtmatige vervolging bij terugkeer. De aanvraag werd daarom als ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.