ECLI:NL:RBDHA:2021:14747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens ongeloofwaardig asielrelaas en vestigingsalternatief
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende in 2015 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde bedreigd te zijn door leden van Islamitische Staat (IS) vanwege het weigeren van een lening en het doorgeven van namen van IS-leden aan autoriteiten. Verweerder wees de aanvraag in 2019 af wegens ongeloofwaardigheid van deze beweringen en stelde dat eiser zich binnen Irak in een andere stad kon vestigen.
De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdigheden in het verhaal van eiser, zoals het begin van de bedreigingen en het feit dat hij ondanks dreigtelefoontjes deze steeds opnam, terecht door verweerder waren meegewogen. Ook vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser de namen van overgelopen collega’s aan autoriteiten doorgaf terwijl hij tegelijkertijd zei geen vertrouwen te hebben in de bescherming van de Iraakse overheid.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar zijn woonplaats een reëel risico loopt op ernstige schade. Het vestigingsalternatief werd als subsidiarisch standpunt niet inhoudelijk beoordeeld omdat van eiser verwacht mag worden dat hij terugkeert naar zijn oorspronkelijke stad. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.