ECLI:NL:RVS:2013:886
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 26 augustus 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State toetste het besluit van de minister en oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht miste, mede vanwege inconsistenties in verklaringen en het risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro onvoldoende aannemelijk was gemaakt.
De Raad stelde dat het handelen van de gemachtigde voor rekening en risico van de vreemdeling komt en dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende rekening hield met de toetsingsmarge die de bestuursrechter heeft bij geloofwaardigheidstoetsing.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel in stand bleef.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.