ECLI:NL:RBDHA:2021:14797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij pgb over afgesloten periode
De zaak betreft een beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarbij aan eiser een persoonsgebonden budget (pgb) is toegekend voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2021. Eiser stelt dat het toegekende pgb onvoldoende was voor zijn zorgbehoefte, mede door fysieke en psychische klachten na het overlijden van zijn vrouw.
De rechtbank stelt ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft, aangezien het pgb betrekking heeft op een afgesloten periode. Volgens vaste rechtspraak is procesbelang alleen aanwezig als het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener, bijvoorbeeld bij toekomstige perioden of bij een verzoek om schadevergoeding.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij kosten heeft gemaakt of een betalingsverplichting is ontstaan, aangezien de zorg kosteloos werd verleend door de vriendin van zijn zoon. Bovendien beschikt eiser inmiddels over een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor passende zorg wordt ontvangen.
De rechtbank concludeert dat het beroep geen procesbelang heeft en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 23 december 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij een pgb over een afgesloten periode.