ECLI:NL:CRVB:2019:219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit over vervoersvoorziening Wmo 2015
Betrokkene ontving sinds 2001 jaarlijks een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na een aanvraag voor verlenging van de voorziening voor 2016 wees het college deze af, waarna de rechtbank Oost-Brabant het besluit vernietigde en het college opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Het college nam dit besluit niet tijdig, waarop betrokkene het college in gebreke stelde en beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Uiteindelijk nam het college op 18 september 2018 alsnog een besluit en kende een vervoersvoorziening toe voor 2016.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit gegrond is, stelt de hoogte van de verbeurde dwangsom vast op € 1.260,- en vernietigt het besluit van 7 augustus 2017 waarin het college een dwangsom weigerde toe te kennen. Het beroep tegen het besluit van 18 september 2018 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van € 501,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond, de dwangsom wordt vastgesteld op € 1.260,- en het beroep tegen het latere besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.