Eiseres heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van een woning en winkel. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende deze vergunning, maar na bezwaar van een derde-partij werd het primaire besluit herroepen en de vergunning geweigerd.
Eiseres stelde dat zij het bestreden besluit niet had ontvangen en betwistte de verzenddatum. Verweerder maakte aannemelijk dat het besluit op 28 juni 2019 correct was verzonden volgens het verzendprotocol van de gemeente. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van ontvangst op het juiste adres geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het besluit niet heeft ontvangen.
Omdat het beroep pas op 29 augustus 2019 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken, en eiseres niet kon aantonen dat zij niet in verzuim was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het bezwaar van de derde-partij als tijdig ontvangen beoordeeld. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.