Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die op 15 januari 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de maatregel niet rechtsgeldig was uitgereikt vanwege een tijdsverschil tussen de elektronische handtekening en het opgelegde tijdstip van uitreiking.
De rechtbank stelde vast dat de elektronische handtekening om 14:42 uur was gezet door het openen van de maatregel in een pdf-viewer en dat de maatregel om 16:00 uur werd uitgereikt, wat volgens eerdere jurisprudentie verklaarbaar is. Er was geen aanleiding om te oordelen dat de maatregel niet rechtsgeldig was uitgereikt.
Verder betwistte eiser alle bewaringsgronden behalve dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en dat hij zich niet aan bepaalde verplichtingen had gehouden. De rechtbank oordeelde dat deze gronden voldoende waren om de bewaring te dragen, mede gelet op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.