ECLI:NL:RBDHA:2021:15048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar voor Albanese vreemdeling
Eiser, een Albanese staatsburger geboren in 1991, kreeg op 5 december 2020 een terugkeerbesluit opgelegd met een inreisverbod van twee jaar. Hij stelde dat hij afhankelijk is van inkomsten uit werk in Duitsland, waar een procedure loopt voor een arbeidscontract, en dat het inreisverbod familiebezoek in Italië onmogelijk maakt.
De rechtbank constateerde dat eiser de gronden van het terugkeerbesluit niet betwist, maar zijn aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende onderbouwd zijn. Verweerder mocht op grond van het Vreemdelingenbesluit een inreisverbod opleggen vanwege de onmiddellijke vertrekplicht en de standaardduur van twee jaar.
De rechtbank achtte de stelling dat een procedure voor een arbeidsvergunning loopt niet geloofwaardig, mede omdat eiser werd aangetroffen in een bestelbus op weg naar Engeland met het doel daar illegaal te werken. Ook het familiebezoek in Italië rechtvaardigt geen uitzondering. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.