Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg asiel aan met als grond haar afstand van de islam en bekering tot het christendom, naast problemen van haar echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over haar geloofsafval en bekering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het proces en de motieven van eiseres voor haar geloofsafval niet inzichtelijk zijn gemaakt. Eiseres gaf geen concrete en gedetailleerde verklaringen over haar afstand van de islam en de inhoudelijke betekenis daarvan, noch over haar bekering tot het christendom. Schriftelijke verklaringen van derden konden dit niet compenseren.
Verder werd het beroep op de problemen van haar echtgenoot verwezen naar een andere zaak. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor toelating op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardige onderbouwing van afstand van de islam en bekering tot het christendom.