ECLI:NL:RBDHA:2021:1509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2021
Publicatiedatum
23 februari 2021
Zaaknummer
C/09/577796 / HA ZA 19-807
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 RvArt. 8 lid 2 RvArt. 9 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling exclusiviteit forumkeuzebeding en arbitraal beding in internationale handelsgeschil

In dit incident van de civiele bodemzaak tussen Energy Coal SPA en PDVSA Petroleo S.A. c.s. stond de internationale bevoegdheid centraal. De rechtbank beoordeelde of de Nederlandse rechter bevoegd was of dat exclusief de Venezolaanse rechter in Barcelona bevoegd was op grond van forumkeuzebedingen in de contracten.

De rechtbank concludeerde dat de contracten een exclusief forumkeuzebeding bevatten dat partijen verplicht hun geschillen aan de rechter in Barcelona, Venezuela, voor te leggen. Dit volgt uit de combinatie van de geschiloplossingsclausules en de keuze van het speciale domicilie in Barcelona, wat exclusieve jurisdictie impliceert.

Energy Coal voerde aan dat naar Venezolaans recht geen geldige wilsovereenstemming bestond over het forumkeuzebeding, wat een nieuw verweer vormde. De rechtbank gaf PDVSA Petroleo c.s. de gelegenheid hierop te reageren.

Voor het Housing Development Contract oordeelde de rechtbank dat geen geldig arbitraal beding aanwezig was, mede door tegenstrijdigheid tussen relevante artikelen en onvoldoende aanwijzing dat partijen het gerecht te Caracas als bevoegd hadden aangewezen. Voor deze overeenkomst kon de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 Rv Pro rechtsmacht ontlenen.

De verdere beslissing werd aangehouden, met een rolzitting gepland voor het nemen van een akte door PDVSA Petroleo c.s. en een vonnisdatum in maart 2020.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het exclusieve forumkeuzebeding partijen verbindt aan de rechter in Barcelona, Venezuela, maar houdt de zaak aan voor nadere behandeling van een nieuw verweer en het ontbreken van een geldig arbitraal beding in één contract.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/577796 / HA ZA 19-807
Vonnis in incident van 13 januari 2021
in de zaak van
de rechtspersoon naar Italiaans recht
ENERGY COAL SPAte Genua, Italië,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,
tegen
de rechtspersoon naar Venezolaans recht
1.
PDVSA PETROLEO S.A.te Caracas, Venezuela,
de rechtspersoon naar Venezolaans recht
2.
PETROLEOS DE VENEZUELA S.A.te Caracas, Venezuela,
3.
PROPERNYN B.V.gevestigd te Den Haag,
gedaagden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. A. Rosielle te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Energy Coal, PDVSA Petroleo, PDVSA en Propernyn genoemd worden. Met PDVSA Petroleo c.s. worden hierna gedaagden/eiseressen in het incident gezamenlijk aangeduid.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in het incident van 27 november 2019;
  • de akte uitlating van PDVSA Petroleo c.s. van 5 februari 2020, met producties;
  • de akte uitlaten van Energy Coal van 4 maart 2020, met producties.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident.

2.De verdere beoordeling in het incident

2.1.
In het tussenvonnis is PDVSA Petroleo c.s. in de gelegenheid gesteld een akte te nemen als bedoeld onder 5.5 en 5.6 van het tussenvonnis. Uitgaand van de partijdiscussie is in het tussenvonnis tot uitgangspunt genomen dat partijen een forumkeuze waren overeengekomen. Onder 5.5 is PDVSA Petroleo c.s. in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of dit – naar het daarop toepasselijk Venezolaans recht – een exclusieve forumkeuze was. Daarnaast is PDVSA Petroleo c.s. onder 5.6 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of – naar het daarop toepasselijk Venezolaans recht – een geldig arbitraal beding inhoudt.
Outbound Renovation Contract, Product Movement Service Contract en Floating Cranes Contract
2.2.
De bepaling over ‘settlement of disputes’ in de verschillende overeenkomsten houdt in dat partijen eerst een schikking moeten beproeven en daarna, als dat niet is gelukt, hun geschil in het Spaans ‘podrán someter’ en in de Engelse vertaling ‘may submit’ aan de Venezolaanse rechter. Hieruit volgt dat partijen, als zij niet tot een vergelijk komen over hun geschil, dat geschil kunnen voorleggen aan de Venezolaanse rechter. Energy Coal legt in haar betwisting van de door PDVSA Petroleo c.s. gestelde exclusiviteit van het forumkeuzebeding ten onrechte de nadruk op dit ‘may submit’ nadat partijen niet onderling tot een vergelijk zijn gekomen. Zij gaat ten onrechte voorbij aan de bepaling waarin het op de contracten toepasselijk Venezolaans recht wordt aangewezen, waarin partijen domicilie kiezen in Barcelona (te Venezuela) en aan de rechtbank aldaar exclusieve jurisdictie toekennen: ‘The parties choose as special domicile the City of Barcelona, Anzoategui State, jurisdiction of whose courts they declare to submit tot he exclusion of any other.” Bezien in samenhang met de bepaling over ‘settlement of disputes’ houdt deze bepaling in dat partijen, als zij niet onderling tot een vergelijk hebben kunnen komen, hun geschil kunnen voorleggen aan de Venezolaanse rechter, meer specifiek de als exclusief bevoegde rechter in Barcelona (te Venezuela). Uit de bewoordingen van de tweede bepalingen uit de overeenkomsten volgt dat deze rechter met uitsluiting van andere rechters is aangewezen als de bevoegde rechter.
2.3.
Het exclusieve forumkeuzebeding in de overeenkomsten staat dus in de weg aan rechtsmacht van de Nederlandse rechter. In haar akte uitlating betoogt Energy Coal echter dat naar Venezolaans recht geen geldig forumkeuzebeding is overeengekomen, omdat wilsovereenstemming daarover ontbreekt. Hiermee werpt Energy Coal een nieuw verweer op in het incident, waarmee zij het uitgangspunt dat de bedingen overeengekomen waren alsnog expliciet ter discussie stelt. Zij heeft dit eerder niet gemotiveerd betwist; onder 5.3.13 in haar conclusie van antwoord in het incident waarnaar zij in haar akte na het tussenvonnis naar verwijst heeft zij als slot van haar betoog onder 5.3 dat het “gelet op de huidige situatie in Venezuela onaanvaardbaar is van Energy Coal te vergen dat zij de zaak aan het oordeel van de Venezolaanse rechter onderwerpt (art. 8 lid 2 Rv Pro jo art. 9 Rv Pro)” aangevoerd “voor zover de forumkeuzebedingen uit de overeenkomsten met PDVSA Petroleo in beginsel geldig zijn (…)” .
2.4.
PDVSA Petroleo c.s. heeft zich niet kunnen uitlaten over het onder 2.3 bedoelde nieuwe verweer van Energy Coal. Zij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld door een akte te nemen. Daarna zal dit verweer worden beoordeeld.
Housing Development Contract
2.5.
De door partijen ingeschakelde deskundigen zijn het erover eens dat deze overeenkomst naar Venezolaans recht geen geldig arbitraal beding bevat. De rechtbank sluit zich hierbij aan. Anders dan PDVSA Petroleo c.s. hebben betoogd, is de rechtbank van oordeel dat partijen geen forumkeuzebeding voor het gerecht van de stad Caracas, Venezuela, zijn overeengekomen, nu sprake is van tegenstrijdigheid tussen de artikelen 41 en 29.1: laatstgenoemd artikel ziet op de mogelijkheid van arbitrage, terwijl artikel 41 betrekking Pro heeft op de gewone rechter. Bovendien bevat artikel 41 onvoldoende Pro aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat partijen het gerecht te Caracas, Venezuela, als
exclusiefbevoegd hebben aangewezen.
2.6.
Gelet op deze stand van zaken kan de rechtbank voor de vordering van Energy Coal jegens PVDSA Petroleo met betrekking tot het Housing Development Contract rechtsmacht ontlenen aan artikel 7 Rv Pro op de gronden zoals aangegeven in de rechtsoverwegingen 5.10 tot en met 5.12 van het tussenvonnis van 27 november 2019.
in het incident en in de hoofdzaak
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 10 februari 2020 voor akte aan de zijde van PDVSA Petroleo c.s. als bedoeld onder rechtsoverweging 2.4;
3.2.
bepaalt dat de zaak daarna op de rol van 10 maart 2020 wordt gebracht voor het wijzen van vonnis in het incident;
in het incident en in de hoofdzaak
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2021. [1]

Voetnoten

1.type: 1554