Eiseres ontving een woonkostentoeslag die op basis van een hogere huurprijs was vastgesteld. Verweerder herzag de toeslag voor december 2019 vanwege een verhuizing naar een goedkopere kamer en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Eiseres betwistte de periode van de lagere huur en de hoogte van de terugvordering, en vorderde vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van een verhuizing per 1 december 2019, ondersteund door e-mails van het Budget Hotel en de bewindvoerder. Eiseres had onvoldoende onderbouwing geleverd voor haar stelling dat de lagere huur pas vanaf 16 december gold.
Verder stelde de rechtbank vast dat het primaire besluit een kennelijke verschrijving bevatte in het terugvorderingsbedrag op de eerste bladzijde, terwijl de bijlage het juiste bedrag vermeldde. Dit kon door verweerder worden hersteld zonder wijziging of herroeping van het besluit. Daarom was vergoeding van proceskosten niet aan de orde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit, waarin het terugvorderingsbedrag werd aangepast, bleef in stand.