ECLI:NL:CRVB:2011:BP0175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling vervolgdagloon en afwijzing herroeping besluit WAO-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering waarbij het dagloon bij besluit van 13 november 2007 op €78,75 werd vastgesteld. Het Uwv stelde bij besluit van 19 november 2007 het vervolgdagloon vast op €69,93 per dag, met een uitkeringsbedrag van €45,33 per maand. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit wegens een onjuist uitkeringsbedrag en betwistte de dagloonberekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het vervolgdagloon juist was vastgesteld en dat herroeping van het besluit niet nodig was, omdat het dagloon niet was gewijzigd en het uitkeringsbedrag duidelijk was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en stelde dat het besluit herroepen moest worden en dat proceskosten vergoed moesten worden.
De Raad overwoog dat het dagloon volgens artikel 21b, tweede lid, WAO correct was vastgesteld en dat hernieuwde vaststelling niet aan de orde was. De herkenbare verschrijving in het besluit was voor appellant duidelijk en kon zonder herroeping worden hersteld. De uitkering was feitelijk niet verlaagd naar het onjuiste bedrag, zoals bleek uit betalingen vóór bezwaar. Daarom was geen vergoeding van bezwaarkosten gerechtvaardigd.
Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het vervolgdagloon is juist vastgesteld en het besluit wordt niet herroepen.