ECLI:NL:RBDHA:2021:15314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelt dat terugkeer naar Duitsland leidt tot een reëel risico op indirect réfoulement vanwege mogelijke uitzetting naar Iran.
De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie niet geldt. Eiser heeft geen objectieve gegevens overgelegd waaruit blijkt dat Duitsland structurele tekortkomingen vertoont in het asiel- en opvangsysteem of dat zijn asielverzoek in Nederland anders zou worden beoordeeld.
De rechtbank acht de aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is. Ook het aangevoerde AIDA-rapport en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.