Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Faber),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Bij besluit van 27 januari 2021 legde de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De zitting vond deels via skype plaats op 8 februari 2021, waarna de zaak werd aangehouden vanwege weersomstandigheden. Op 15 februari 2021 werd de zitting hervat, waarbij eiser zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en afstand deed van het recht op mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de niet-betwiste zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het onttrekken aan toezicht en het niet meewerken aan overdracht op grond van de Dublinverordening, voldoende waren om de maatregel te dragen. De lichte grond dat eiser verdachte zou zijn van een misdrijf werd niet langer gehandhaafd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.