ECLI:NL:RBDHA:2021:15434
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet voldoen aan geschiktheidseis bij open house zorginkoop
Stichting Pret in Herstel heeft een kort geding aangespannen tegen de Gemeente Den Haag omdat haar aanmelding voor Perceel 2 Optie 4 (Beschermd wonen) binnen de open house procedure voor Wmo-maatwerkarrangementen 2020 was afgewezen. Pret in Herstel stelde dat zij wel voldeed aan de geschiktheidseis 5e, die vereist dat een aanbieder ervaring heeft met Beschermd wonen door het overleggen van referentieopdrachten met een minimale omzetwaarde.
De Gemeente had de aanmelding van Pret in Herstel terzijde gelegd wegens het ontbreken van een Checklist en Verklaring van Aanmelding. Hoewel Pret in Herstel deze documenten later aanleverde en de Gemeente de aanmelding inhoudelijk heeft beoordeeld, concludeerde de rechtbank dat Pret in Herstel niet voldeed aan de geschiktheidseis. De kern van het geschil betrof de vraag of omzet uit dagbesteding onderdeel uitmaakt van Beschermd wonen. De rechtbank oordeelde voorshands dat dagbesteding niet tot Beschermd wonen behoort, mede omdat dagbesteding als een apart perceel wordt ingekocht en niet altijd gepaard gaat met verblijf.
Pret in Herstel kon daardoor niet aantonen dat zij aan de omzetvereiste voldeed. De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde Pret in Herstel in de proceskosten. Het vonnis benadrukt dat de open house procedure geen aanbesteding is, maar dat de gemeente wel de beginselen van behoorlijk bestuur moet naleven, waaronder het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: De vordering van Stichting Pret in Herstel wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan de geschiktheidseis voor Beschermd wonen.