Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Verweerder legde aan eiser de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico op het onttrekken aan toezicht.
Eiser betwistte de gronden van bewaring niet, maar stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was geweest tijdens zijn strafrechtelijke detentie voorafgaand aan de vreemdelingrechtelijke bewaring, omdat geen vertrekgesprek was gevoerd en geen claim op grond van de Dublinverordening was ingediend.
De rechtbank stelde vast dat verweerder inderdaad geen invulling had gegeven aan zijn inspanningsverplichting in de periode van 13 januari tot 10 februari 2021. Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze tekortkoming niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel, omdat een belangenafweging plaatsvindt. Gezien de onbestreden gronden voor bewaring, het ontbreken van een geldig identiteitsdocument bij eiser en de korte duur van de strafrechtelijke detentie, achtte de rechtbank de bewaring proportioneel.
Verweerder had na de inbewaringstelling op 15 februari 2021 alsnog een vertrekgesprek gevoerd en een claimverzoek naar Italië verstuurd, wat de rechtbank voldoende voortvarend achtte. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.