Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 2], V-nummer: [v-nummer]
[verzoeker 4] ,V-nummer: [v-nummer]
[verzoeker 5] ,V-nummer: [v-nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben tegen afzonderlijke besluiten van 15 januari 2021 beroep ingesteld nadat hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid als kennelijk ongegrond waren afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft op 1 februari 2021 tijdens een gezamenlijke zitting met soortgelijke zaken het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. Verzoekers waren aanwezig met hun gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft geoordeeld dat nu op de beroepen zelf reeds uitspraak is gedaan in de vergelijkbare zaken, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier E. Kersten op 19 februari 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening in asielzaken worden afgewezen omdat op de beroepen zelf al uitspraak is gedaan.