ECLI:NL:RBDHA:2021:15531

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2021
Publicatiedatum
31 januari 2022
Zaaknummer
NL21.2796
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 2 oktober 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat er geen redelijk vooruitzicht is op zijn uitzetting vanwege het gesloten luchtruim van Algerije en het gebrek aan medewerking van de Algerijnse autoriteiten.

De rechtbank toetste eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek en nu alleen de periode daarna. De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat Algerije in algemene zin geen medewerking verleent aan het verstrekken van reisdocumenten, en dat het gesloten luchtruim een tijdelijke belemmering vormt.

De lopende aanvraag van een laissez passer bij de Algerijnse autoriteiten wordt afgewacht. Het beroep faalt en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.2796
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. J.G. Wattilete), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 oktober 2020 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft en is geboren op [1998] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 13 januari 2021 (in de zaak NL20.22209) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. Daarbij voert eiser aan dat sinds medio februari 2021 het luchtruim van Algerije voor vluchten uit Europa is gesloten. Verder voert eiser aan dat de autoriteiten van Algerije zelden reisdocumenten verstrekken en ondanks herhaalde rappels geen reactie van de Algerije autoriteiten is ontvangen. Eiser is van mening dat, na 5 maanden bewaring, het vooruitzicht op verwijdering op korte termijn naar Algerije dan ook ontbreekt.
5. De rechtbank is in de eerste plaats van oordeel er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de Algerijnse autoriteiten in algemene zin geen medewerking verlenen aan het verkrijgen van de voor uitzetting benodigde documenten. Evenmin is gebleken dat de Algerijnse autoriteiten hebben aangegeven dat voor eiser geen laissez passer (lp) zal worden verstrekt. Dat maakt dat er op dit moment geen reden is om aan te nemen dat voor eiser geen lp zou worden verstrekt als hij aan het verkrijgen daarvan zijn actieve en volledige medewerking verleent. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 januari 20211. De omstandigheid dat Algerije op dit moment het luchtruim heeft gesloten voor vluchten uit Europa, is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment nog aan te merken als een tijdelijke belemmering. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 20202. Hoewel er op dit moment sprake is van reisbeperkingen wegens het coronavirus, staat niet vast dat deze zo langdurig zijn dat het zicht op uitzetting binnen een redelijk termijn is komen te ontbreken. De rechtbank acht verder van belang dat de lp- aanvraag nog steeds in onderzoek is bij de Algerijnse autoriteiten en dat het resultaat daarvan eerst door verweerder afgewacht dient te worden, zodat de uitzetting nog niet aan de orde is. De beroepsgrond dat een redelijk vooruitzicht op verwijdering binnen een redelijke termijn ontbreekt, faalt derhalve.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van H. Achrak, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op
09 maart 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.