ECLI:NL:RVS:2020:1546
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens onttrekkingsrisico
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 17 april 2020 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en hief de bewaring op, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de lichte gronden niet voldoende waren voor het aannemen van een onttrekkingsrisico. De zware gronden die de maatregel rechtvaardigen werden niet bestreden door de vreemdeling.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan naar alternatieven om de vreemdeling te horen, ondanks de coronamaatregelen. Daarom werd de zaak vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor een gemotiveerde beslissing over het horen van de vreemdeling. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar het horen van de vreemdeling.