ECLI:NL:RBDHA:2021:15543
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens overmachtperiode bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Geopposeerde had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank had op 24 maart 2020 het beroep gegrond verklaard zonder zitting, op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat er geen twijfel was over de uitkomst.
Opposant stelde dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting had beslist, mede vanwege de coronamaatregelen die vanaf 16 maart 2020 golden en de beslismogelijkheden ernstig beperkten. De rechtbank oordeelde dat zij bij de eerdere uitspraak onvoldoende rekening had gehouden met deze bijzondere en onvoorziene situatie.
De rechtbank volgde de lijn van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die een overmachtsperiode tussen 16 maart en 16 mei 2020 had vastgesteld, waarin opposant feitelijk niet in staat was te beslissen. Daarom was het onredelijk om een beslistermijn te eisen binnen die periode.
Het verzet werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en de zaak wordt nu verder behandeld met een zitting. Dit betekent niet dat opposant gelijk krijgt in het beroep, dat zal nog worden beoordeeld.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt wegens overmacht in de beslistermijn.