ECLI:NL:RVS:2020:2949
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Gevolgen van overmacht voor dwangsom bij uitblijven besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris een dwangsom van €1.442,00 had verbeurd. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de coronamaatregelen hem verhinderden tijdig te beslissen, waardoor sprake was van overmacht.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of overmacht aannemelijk was en welke gevolgen dit heeft voor de dwangsom. Zij oordeelde dat overmacht vanaf 16 maart 2020 bestond vanwege het stopzetten van fysieke hoorzittingen en dat deze situatie tot 16 mei 2020 duurde. Overmacht schort de beslistermijn en ook de dwangsomtermijn op.
Omdat de ingebrekestelling van de vreemdeling op 21 april 2020 te vroeg was, was het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroege ingebrekestelling tijdens overmacht.