Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2020:3034
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd op 6 maart 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat zijn asielaanvraag niet louter was ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te verhinderen en verzocht de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel te toetsen.
De rechtbank oordeelde dat ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van bewaring niet is toegestaan, tenzij sprake is van openbare orde. De inhoud en kansrijkheid van de asielaanvraag zijn in deze procedure niet relevant. De rechtbank constateerde dat eiser meerdere asielaanvragen had ingediend, waarvan de laatste was afgewezen, en dat de vijfde aanvraag pas na een strafrechtelijke aanhouding werd ingediend.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht had geoordeeld dat geen minder ingrijpende maatregel dan bewaring mogelijk was, mede omdat eiser het onttrekkingsgevaar niet had bestreden en onvoldoende onderbouwing gaf voor gezins- en woonplaatsargumenten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.