ECLI:NL:RBDHA:2021:15566
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 2 maart 2021, samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2007). Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C. Karman en griffier P. Bruins op 10 maart 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is behandeld en uitspraak is gedaan.