ECLI:NL:RBDHA:2021:15567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Irak wegens ongeloofwaardig relaas over homoseksualiteit en identiteit
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vervolging vanwege zijn homoseksualiteit. Hij stelde mishandeld en opgesloten te zijn door zijn vader en vreesde voor zijn leven. Zijn identiteit werd aanvankelijk betwijfeld vanwege een incompleet paspoort en tegenstrijdige verklaringen, maar de rechtbank gaf hem het voordeel van de twijfel op dit punt.
De rechtbank oordeelde echter dat het relaas van eiser over zijn seksuele geaardheid niet geloofwaardig was. Hij gaf wisselende verklaringen over het moment waarop hij zijn geaardheid ontdekte en over zijn contacten met homoseksuelen. Ook waren er tegenstrijdigheden over het contact met zijn familie en het verblijf in Oekraïne, wat afbreuk deed aan zijn geloofwaardigheid.
Verweerder stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn familie was verstoten en dat hij geen geloofwaardige redenen had om vrezen voor vervolging. De rechtbank volgde dit standpunt en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.