ECLI:NL:RBDHA:2021:15625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat er ernstige tekortkomingen zijn in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met een rapport van SFH-Osar, en dat de coronapandemie een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormt.
De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwen in zijn geval moet worden doorbroken. Het rapport toont geen zodanige structurele gebreken dat Dublinterugkeerders systematisch worden uitgesloten van opvang of behandeling.
Ook het persoonlijke relaas van eiser ondersteunt niet dat hij bij terugkeer in Italië geen opvang zal krijgen of dat zijn asielverzoek niet in behandeling wordt genomen. De coronapandemie kan nog steeds worden beschouwd als een tijdelijk overdrachtsbeletsel, waardoor het vaststellen van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet meer hoefde te motiveren over de overdracht dan hij heeft gedaan en dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.