ECLI:NL:RBDHA:2021:15640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen middelenvereiste
Eisers vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij hun vader in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de referent niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt, aangezien hij een uitkering ontvangt en niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het middelenvereiste.
Eisers stelden dat de referent blijvend arbeidsongeschikt is en verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom geen vrijstelling is verleend. Ook werd aangevoerd dat het beleid onredelijk is en dat het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro is geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de referent niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet, mede omdat de referent slechts tijdelijk is vrijgesteld van arbeidsinschakeling.
De rechtbank concludeerde dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt waarbij het algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog dan het individuele belang van eisers. De hoorplicht is niet geschonden. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.