ECLI:NL:RBDHA:2021:15647
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens twijfel identiteit en nationaliteit
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege het ontbreken van een positief ambtsbericht van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en twijfel over de identiteit en nationaliteit van verzoeker.
Verzoeker stelde staatloos te zijn en verwees naar het Staatlozenverdrag, maar kon zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk maken. De rechtbank nam de eerdere vaststellingen uit de asielprocedure over, waarin de identiteit en nationaliteit van verzoeker niet waren bewezen. Verzoeker had geen documenten overgelegd die zijn identiteit ondersteunen en had onvoldoende meegewerkt aan terugkeerbemiddeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van de vergunning geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd verzoeker vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit.