ECLI:NL:RBDHA:2021:15666
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens onvoldoende identiteit en medische zorg in Nigeria
Verzoeker heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan de laatste is afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft hij beroep ingesteld dat ongegrond werd verklaard. Verzoeker vroeg vervolgens om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet, dat uitstel van vertrek kan bieden bij medische noodzaak. Dit verzoek werd ambtshalve afgewezen door verweerder. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om overplaatsing naar de VBL Ter Apel te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het advies van het Bureau Medisch Advisering (BMA), waarop verweerder zich baseert, deskundig en objectief is en dat er geen concrete aanwijzingen zijn die aan de juistheid ervan twijfelen. Uit het advies blijkt dat de noodzakelijke medische behandeling in Nigeria aanwezig is en dat verzoeker bij uitzetting begeleid moet worden door gespecialiseerde zorgverleners.
Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen toegang tot medische zorg in Nigeria zal hebben, mede omdat hij zijn identiteit en nationaliteit niet met officiële documenten heeft kunnen aantonen. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet wordt afgewezen.