ECLI:NL:RVS:2007:BA6053
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juistheid advies BMA bij weigering vrijstelling mvv-vereiste vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het beroep van een vreemdeling gegrond verklaarde tegen de weigering om haar vrij te stellen van het mvv-vereiste. De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd, welke was afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering ondeugdelijk was gemotiveerd vanwege een brief van de behandelend arts die twijfels opriep over de adequaatheid van behandeling in het land van herkomst.
De Raad van State overweegt dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) een deskundigenadvies is dat op objectieve en onpartijdige wijze moet zijn opgesteld. De brief van de behandelend arts biedt geen concreet aanknopingspunt voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het BMA-advies. Het verschil van inzicht tussen BMA en behandelend arts over de medische mogelijkheden in het land van herkomst is onvoldoende om het advies te verwerpen.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt dat de weigering om vrijstelling van het mvv-vereiste te verlenen, voldoende is gemotiveerd en juridisch standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling van het mvv-vereiste blijft in stand.