ECLI:NL:RBDHA:2021:15681
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en onvoldoende medische zorg.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Duitsland zodanig is dat dit niet geldt. Eiser heeft geen voldoende onderbouwing geleverd voor zijn stellingen over het onzorgvuldig behandelen van zijn asielaanvraag, het ontbreken van medische zorg en het ontbreken van klachtenmogelijkheden in Duitsland.
Ook de medische situatie van eiser, die diverse klachten heeft en in een rolstoel zit, leidt niet tot de conclusie dat overdracht aan Duitsland onaanvaardbaar is. De rechtbank acht de medische stukken onvoldoende om te concluderen dat overdracht ernstige en onomkeerbare gevolgen voor zijn gezondheid zal hebben. Verweerder mag ervan uitgaan dat Duitsland de benodigde zorg zal bieden.
Verder is niet gebleken dat Duitsland het verbod op refoulement schendt, ondanks de vrees van eiser voor terugkeer naar Saoedi-Arabië. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.