ECLI:NL:RBDHA:2021:15704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2021
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
NL21.4752
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ECLI:NL:RVS:2019:579
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep asiel na vertrek met onbekende bestemming

Eiser, een asielzoeker van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd aan eiser een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.

Tijdens de zitting, die plaatsvond op 26 april 2021 te Amersfoort, waren partijen niet aanwezig. De gemachtigde van eiser meldde dat hij geen contact meer kon krijgen met eiser en dat post aan eiser was geretourneerd met de mededeling dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De verweerder bevestigde dit vertrek.

De rechtbank overwoog dat wanneer een asielzoeker zonder contact met zijn gemachtigde vertrekt, dit impliceert dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4752
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.E.M. Jacquemard), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou).

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt aan eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend. Verweerder heeft tevens aan eiser een vertrektermijn onthouden, zodat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Daarnaast heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.4753, plaatsgevonden op 26 april 2021 in Amersfoort. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2002.
3. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Het beroep is op 30 maart 2021 ingesteld door eisers gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 22 april 2021 bericht dat hij er niet meer in slaagt om contact te krijgen met eiser en dat post van gemachtigde aan eiser is geretourneerd met de mededeling dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
4. Verweerder heeft op 23 april 2021 bevestigd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
5. Als een asielzoeker met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, moet worden geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.1
6. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
7. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2021 door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.
1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
28 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.