ECLI:NL:RBDHA:2021:15731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
De eiser heeft een asielaanvraag ingediend die de Nederlandse staatssecretaris niet in behandeling heeft genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat terugkeer naar Italië zou leiden tot een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU, onderbouwd met verklaringen en foto's over slechte opvangsituaties.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Italiaanse autoriteiten fictief hebben ingestemd met de verantwoordelijkheid en dit expliciet hebben bevestigd. Ondanks de door eiser aangevoerde omstandigheden, kon hij niet aannemelijk maken dat hij bij terugkeer aan een behandeling in strijd met het Handvest zal worden blootgesteld. De rechtbank achtte het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Italië van toepassing, zoals ook bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde foto's en verklaringen onvoldoende bewijs boden van structurele gebreken in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem die het vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang tot opvang zou krijgen of dat klagen bij Italiaanse autoriteiten onmogelijk zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.