ECLI:NL:RBDHA:2021:15744
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Marokkaanse verzoekster
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 april 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 10 mei 2021, gelijktijdig met de behandeling van een gerelateerde zaak (NL21.5966). Gezien de uitspraak in die zaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze beslissing is op 11 mei 2021 uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielzaak is afgewezen.