ECLI:NL:RBDHA:2021:15746
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij rechtmatig verblijf
Eiser, een Ecuadoraanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met het doel grensoverschrijdende dienstverlening. Deze aanvraag werd afgewezen door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het bestreden besluit. Tijdens de procedure bleek dat eiser inmiddels een verblijfsvergunning had verkregen op grond van samenwoning met zijn Roemeense echtgenote.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij de procedures. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is procesbelang alleen aanwezig indien de gevraagde vergunning andere rechtsgevolgen of een gunstiger positie biedt. In dit geval bood de eerder verkregen verblijfsvergunning een langere geldigheidsduur en ruime arbeidsmogelijkheden, terwijl de gevraagde vergunning maximaal twee jaar geldig is en niet verlengbaar.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser niet in een gunstigere positie kan komen door de gevraagde vergunning en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.